Omdat mijn vader heeft gezegd dat ik mijn Nederlands moet verzorgen en niet mag vervallen in slecht Vlaams.
Het leven is dus mooi vandaag en niet schoon want schoon heeft een andere betekenis zegt vader en dat ik schoon mooier vind dan mooi is volgens hem geen afdoend argument om schoon toch te gebruiken. Mijn vader begint onze skype gesprekken tegenwoordig altijd met taaladvies.
“Zeg zussie”, zegt hij dan, “vind je nu echt dat je dat zomaar kan schrijven dat die vriend op uw vriendin gekropen is? Is dat niet plat?”
“Ja pa, maar het was ook plat”
“Waarom schrijf je niet dat hij haar gepakt heeft?”
“Mmm. Als hij er nog eens opkruipt zal ik dat doen.”
“En ik vind toch ook dat Dalida geen onderbroek kan dragen. Is slipje geen beter woord?”
“Als kind kende ik alleen onderbroeken pa. Slipjes, tanga’s, strings en van die dingen stonden toen nog niet in mijn vocabulaire.”
En zo gaan we dan wel een half uur door. En dan komt moeder in haar fuchsia peignoir het beeld ingelopen, duwt ze mijn vader weg en vraagt ze of ik uitkijk naar de komst van kleine Symp ook wel beter gekend als mijn broertje, de blitse zakenman die ook aan een andere kant van de wereld woont en hier over welgeteld drie weken op mijn dak zal zitten. Dan zeg ik dat ze daar niet mag naar vragen want dat ik er niet wil aan denken omdat ik dan gegarandeerd met 40 graden koorts in bed zal liggen als hij hier neerstrijkt want dat ik dat dus altijd heb als ik uitkijk naar iets. En dan zwijgt mijn moeder want mijn moeder is wat dat betreft toch wel een beetje hetzelfde als ik.
Vandaag is het leven mooi omdat ik niet denk aan mijn broertjes komst. Alhoewel.
“Identificazione di una donna” stond gisteren op het Antonioni programma. En het was de eerste keer dat ik een beetje ontgoocheld was in zijn film kunnen, misschien omdat hij afweek van zijn raadselachtigheid en meer liet zien dan anders. Zelfs blote borsten en venusheuvels. Ongetwijfeld daardoor was de film destijds een kaskraker.
Naar goede gewoonte zat Dr. Julian ook in de zaal. Hij heeft geen enkele Antonioni overgeslagen maar verliet dit keer ook de zaal met gemengde gevoelens. Hij vond de film “quite dissapointing”, doch was superenthousiast omdat hij een oude vriendin had terug gezien op het doek. Ze speelde de lesbische vriendin van de hoofdrolspeelster. Veel valt er over haar acteerprestaties niet te vertellen, maar kom, zo een oude bekende in een flits en dan nog wel op het scherm terug zien, kan zorgen voor een diepe sensatie. Er moeten heel wat nostalgische gedachten door het hoofd van Dr. Julian hebben gespeeld want zelden had ik hem zo bevlogen gezien.
Dr. Julian is een heerlijk personage, met het uitzicht van een kabouter zonder baard, en zwart geverfde haren die van nature al vele jaren grijs zouden zijn. Hij schrijft historische boeken over de Singaporese black & white houses, over shophouses, over het ontstaan van de kreteksigaret, over het evoluerende stadsbeeld. Als hij over een gebeurtenis in zijn persoonlijk leven vertelt, vermeldt hij daar altijd de datum bij dat het voorval geschiedde. De actrice die we dus in een glimp gezien hadden, had nog in zijn Londense huis gelogeerd in oktober 1983. “Blow Up”, de Antonioni cultfilm had hij de eerste keer gezien in april 1972 en sinds die dag draagt hij net als het rokkenjagende hoofdpersonage altijd witte broeken omdat hij na het zien van de film overtuigd was dat hij daarmee mooie vrouwen zou kunnen imponeren. Dr. Julian is een historische autodidact want van opleiding een aquarel schilder. Een tijd terug had hij een informatief programma bij een lokaal televisiestation, in het welk hij met grote zwarte hoed op zijn hoofd en met witte opgerolde broek door de Singaporese straten draalde en historische feiten met verwante data naar de kijkers hun hoofd slingerde. Gedetailleerderdan een wandelende encyclopedie.
Dr. Julian woont te midden van het oerwoud in een statig maar vervallen huis. Echt wel een droomhuis voor een schrijver, met een bureau dat uitgeeft op de tropische bomentuin vol lianen en olifanten-oren-planten. Er woont een pythonslang in zijn tuin en die heeft alle kippen opgegeten behalve de kip die geen eieren legt. Toen ik op een avond op zijn zwoele terras zat, verlicht door lampionen in de bomen begon zijn telefoon opeens te rinkelen. Geen supersonisch gsm-gerinkel, Dr. Julian moet de enige mens op aarde zijn die niet meedoet aan de gsm-manie. Hij heeft er geen en zal er nooit geen hebben. Het was een soort gerinkel dat ik al jaren niet meer had gehoord. Het gerinkel van een bakelieten telefoon.
Het leek wel een schilderij, dat duistere huis met een schijnend licht in Dr. Julians schrijversparadijs. Hij stond daar voor het raam met de zware hoorn tegen zijn oor geplakt, tussen de stapels, tonnen boeken in een zacht-gele gloed. Ik voelde me in een andere tijd. En toen hij de hoorn terug op de haak legde liep hij naar zijn grammofoonspeler, ja, zo nog een goeie ouwe echte, en hij liet een plaat van Sidney Bechet rondjes draaien. Ik waande me in een krakende zwart-wit film. Maar dan een met heel veel kleur. En een betere alvast dan “Identificazione di una donna”.
Omdat ik mijn liefste vriendin heel graag zie, ook al zie ik haar niet. Omdat mijn broertje een ticket heeft geboekt waardoor we elkaar over enkele weken en na bijna twee jaar nog eens lijfelijk kunnen vastpakken, omdat we dan uren en dagen gaan kunnen kletsen en discussiëren en mijmeren over onze jeugd. Omdat het zalig waait. Omdat ik een zoveelste aanvraag heb ingediend voor een workpass en overtuigd ben dat het dit keer niet mis zal lopen. Omdat ik Nootje heb gezien dankzij skype en hij mijn hoofd niet vergeten was. Omdat er mooie muziekjes uit de tempel komen. Omdat er een grappige oorlog woedt tussen Patrick Janssen en mijn schrijversvriend. Omdat ik Hannah heb gehoord, haar zalige Limburgse accent, haar lieve woorden, haar vrolijkheid ondanks haar gebroken hart. Omdat er nog mensen zijn die geloven in de liefde. Omdat er terug een Antonioni te zien is deze avond. Omdat ik Demis heb teruggevonden. Goeie ouwe Demis met zijn stroperig lied waar ik als kind zo gek op was. Omdat mijn liefste mijn liefste is, dat vooral. Omdat ik me vandaag geen zorgen over morgen maak. Omdat mijn Groene-Italianer-Rouw bijna over is. Omdat de zon schijnt, omdat de getoaste rozijnen-boterham met choco heel lekker was, omdat er een musje over de terrasmuur trippelt. Omdat ik toch wel vind dat het leven schoon is als je niet teveel het Nieuws leest - en dan nog: Ingrid Betancourt is eindelijk vrij! Ook daarom is het leven schoon vandaag.
En omdat ik aan mijn ma en mijn pa denk als ik dit lied hoor. Omdat ik hen dan in gedachten zie dansen, mijn moeder vol overgave, mijn vader een beetje stuntelig. En omdat ik vind dat mijn pa een beetje op den Demis leek toen ik kind was. Ook daarom is het leven schoon vandaag.
Nog een schitterende Antonioni gezien: Professione: Reporter. Zalige roadmovie met Jack Nicholson op z’n best. In prachtige, polaroidachtige kleuren dit keer. Had in mijn Michelangelo enthousiasme naar Den Duits gebeld om ons te vergezellen want die kan een vleugje verfijnde cultuur wel gebruiken. Al is het maar om er nadien mee uit te pakken bij z’n nieuwste verovering. Dit keer had hij ze mee. Een bakvis van 14, zo dacht ik op het eerste gezicht, maar het frêle meisje bleek 28. Het is echt wel opvallend hoe buitenmaats geconserveerd de vrouwen hier kunnen zijn. Ze was vers aangekomen uit Kuala Lumpur omdat er in Singapore beter werk te vinden is in de marketing van koffiezetapparaten. Het kind bleek met moeite Engels te praten, laat staan dat ze een letter Italiaans verstond dus ik veronderstel dat ze niet veel van de film begrepen heeft. Toen we nadien een glas gingen drinken droop de verveling van haar gezicht. Op haar gegeeuw afgaand, bleek ze bovendien niet echt geïnteresseerd in wat Den Duits te zeggen had en zelf woorden produceren was evenmin aan haar besteed. Ze tokkelde in snel tempo het ene sms’je na het andere op haar handphone. Naar haar echte liefde dacht ik even. Maar dat zal Den Duits worst wezen. Er zat immers een jonkvrouw naast hem. En dat is wat telt. Den Duits zei dat het vel-over-been meisje in witte short rechten had gestudeerd in Londen maar dit leek me een grove leugen. Hij twijfelde ook sterk maar stelde er haar geen vragen over laat staan dat hij had geïnformeerd naar haar gedacht over het Singaporese rechtssysteem. Den Duits die doorgaans een fijne gesprekspartner is en voorzien van een behoorlijk IQ laat zich met plezier inpakken door dit soort dametjes op zoek naar een financieel zekere toekomst. Niets mis mee. Ieder doet op zijn manier aan ontwikkelingshulp. Maar ik begrijp het niet. Moet een vrouw dan alleen maar schoon zijn om naar te kijken? En zelfs dat was ze niet, ze zag eruit als een ondervoede windhond. Maar zoals het gezegde zegt:Les goûts et les couleurs, ça ne se discute pas.
De Canadienne is sinds maanden een vaste waarde in mijn Singaporees bestaan. We hebben haar de eerste keer ontmoet in de zonder twijfel meest funky bar van de stad. Uitgebaat door een grappige lesbienne die er maandelijks een poging tot kunsthappening organiseert. Met succes trouwens. De langbenige Canadienne kwam kordaat naar ons toe, zei “hi”, reikte een hand en sprak: “Nice to meet you, it looks that you neither know a lot of people here.” Na anderhalve minuut formeel geklets, loodste ze ons naar haar man en drie glazen later vertelde ze me al dat hij zo goed als op een working girl was gekropen tijdens een befaamde stagnight van een collega-vriend. Haar man, die tijdens deze eerste ontmoeting een geletterde, gedistingeerde indruk had tentoon gespreid had het haar de vorige avond – een halve week na datum - opgebiecht . NU dacht zij aan scheiden, aan moord. Aan wraak in ieder geval. Na teveel glazen wijn was ik in de kennis van het kleinste detail van zijn overspel, (tot en met het aantal minuten dat het had geduurd voor hij was klaargekomen en welke handelingen het Filippijnse meisje daartoe had aangewend). Toch wel veel informatie voor een eerste kennismaking vond ik. Maar ik mocht haar wel, want ze was op z’n minst oprecht. En ze trachtte de miserie uit haar hoofd te verbannen door bezeten gedans. Iets wat ik wel herkende.
De volgende dag belde ze al om zich te excuseren voor al die openheid. Een halve week later wou ze hem en hun getrouwd leven nog een kans geven. Al kroop ze drie weken later nog net niet op mijn lief maar verkrachtte ze zowaar een close vriend. (Tussen haakjes moet ik daar eerlijkheidshalve aan toevoegen dat de close vriend zich de onverwachte erotische aandacht meer dan liet welgevallen.)
“’t Is uiteindelijk overal hetzelfde”, heb ik toen gedacht en ik wist dat die neukbeurt voor vriendschapsbelemmerende consequenties zou zorgen. En zo geschiedde. De zondagmiddag na het voorval zat ze hier in alle staten en op zoek naar een ander onderkomen. Ze dacht zelfs dat ze verliefd was op die andere. ’t Was niet zomaar een scharrel. Twee dagen later miste ze haar vent en kreeg het huwelijk een 627ste herkansing die dankzij de aankoop van een condominium geslaagd lijkt. Mensen zijn doorgaans geëxciteerd als ze nieuwe sofa’s kunnen kopen.
Naar stadse gewoonte zie ik haar tegenwoordig “during lunch”. Zonder mannen. Ze is als de dood voor een confrontatie tussen haar welgemanierde echtgenoot en mijn close vriend. Begrijpelijk want die welgemanierde man heeft haar op heterdaad betrapt terwijl ze op die andere zat op een vroege zondagochtend in East Coast Park. Je ziet soms wat als je gaat joggen! En natuurlijk is die man niet gek op mijn verschijning want ik moet haar in zijn hoofd zowat op m’n kameraad hebben geduwd. Terwijl ik er dus niets, maar dan ook niets mee te maken heb en helemaal verbouwereerd was toen ze het me vertelde. Niet in het minst omdat ze qua type helemaal niet overeenstemt met de seksuele preferenties van m’n maat. Daarover zei hij later: “Ja zeg, als er zo een vrouwmens echt op u wil kruipen en je bent al maanden niet van bil geweest dan zoudt ge al erger dan nen pater moeten zijn om er niet op in te gaan.” Zo gaat dat dus.
Onderwijl zijn er een ruim aantal maanden na haar gewraakte daad verstreken en in de voorbije tijd heeft ze zich op een alcoholvrij bestaan geworpen, op een rauwe groentenmanie, een doorgedreven cleansing- kuur en op seksueel vlak terug en exclusief op haar man die net als zij 10 dagen heeft doorgebracht op een psychologisch-diepgravend –kamp in Australie alwaar men opereert volgens de beginselen van een gerenommeerde zielenknijper. Ze heeft zich ook op het vervaardigen van faux bijous gestort en gaat een kookboek schrijven en tussendoor werkt ze ook full time als communicatiemadam voor een vastgoed makelaar. Ze is gezond geschift en ik vind het spijtig dat ze nooit meer naar onze feestjes of diners komt door die stomme neukbeurt.
Soms durven we hier klagen over een gebrek aan cultureel waardige activiteiten maar dat ligt misschien wel aan onszelf omdat we hier zelden een museum binnenlopen. Met dank aan ons recentste en uitzonderlijke bezoek wisten we dan toch dat er een Michelangelo Antonioni retrospectieve zou komen. Die loopt nu en zorgt voor een soort van bevreemdende trip. Nooit geziene cinema. La Notte (na 4 Antonioni’s mijn voorlopige favoriet) overlaad je bij momenten met fashion-shoot achtige beelden die men nu qua stijl krampachtig tracht te imiteren in de wereld der dure publiciteit. Klasse. Prachtige cinematografie. Soms leeg en tezelfdertijd overladend. Met tergende conversaties, dodende stiltes, desolate locaties en een bijwijlen dreigende sfeer. Theatraal maar overtuigend. Zo’n films maken ze helaas niet meer.
Nog tot en met 6 juli in het National Museum of Singapore. Allen daarheen!
(op de foto: Monica Vitti (l) en Jeanne Moreau (r) in La Notte)
Dan toch op zoek naar een nieuw fietske want ik heb het ondertussen wel gehad met de metro. Ik reis liever boven de grond.
De “Thief Market” die hier als toeristische attractie hoogtij viert, heeft zijn naam niet gestolen. Ze gooien er met andermans fietsen naar uw hoofd. Vers gestolen exemplaren die je niet meteen kunt kopen: eerst dient de heler ze van een nieuwe kleur te voorzien. Doorgaans zwart. Alles wordt overspoten, zelfs de pedalen. Wel een half uur heb ik staan kijken naar de werkzaamheden van zo’n zwartwasser. Ik had m’n oog laten vallen op een exemplaar dat van heel ver een heel klein beetje uitstaans had met m’n gekidnapte Italianer. De kleine blootvoetse kale man was overtuigd dat ik toe zou happen en begon kwistig te spuiten. Het mooie blauw verdween en de tweewieler transformeerde in een matzwart lelijk geval. “Steek hem in uw gat”, wilde ik zeggen, maar ik zweeg en slenterde verder. Ik wil nog steeds mijn eigen fiets terug.
Zaterdag 21 juni. Er ishiergeen internet. Geen telefoon. Geen krant. Geen teevee. Geeneen Chinees ook. Wel nog steeds de vele honden. Al is de populatie in vorm en aantal van constitutie veranderd. De kleintjes zijn gegroeid, verdronken verdwenen, of die ene blind door de verdomde ‘worker’ die een blik met 3 liter primer in zijn arme smoeltje heeft gegooid. Toen we hier eergisteren aankwamen had het doodzieke beest al zes dagen niet gegeten. Hij zakte door zijn schriele poten en in zijn trieste ogen herkende ik niets meer van het olijke stoute puppy dat amper 3 maand terug mijn splinternieuwe schoenen had kapotgebeten, het beestje dat ’s avonds onder tafel mijn tenen zat af te likken, zachtjes in mijn hielen beet en m’n blote voetzool tot lachen toe kittelde met zijn harige tong. Mijn lief werd er haast jaloers van.
Het is zes uur ’s avonds. En ik heb een vreugdesprong gemaakt en luister naar de muezzins die vanuit verschillende moskeeën tegen elkaar opzingen. Hun stemmen door de wind voorgedragen over de mangroven, over de rivier. De stemmen behoren toe aan oude mannen, mannen met grote builen op hun voorhoofd door het knielen naar Mekka. Die mannen boezemen me doorgaans angst in, ik zou hen nooit in de ogen durven kijken. Maar naar hun stemmen luisteren, dat is genot. hun gezangen gemengeld met het geluid van kabbelend water, zacht blaffende honden, een diepe pan met kokende olie en de voorbij puffende vissersboot. Het geeft me een gevoel van rust en geluk. Indien ik zou begrijpen wat die stemmen zegden, zou het gevoel wellicht heel anders zijn. Maar nu is het pure mystiek.
Alleen al voor dit magische moment van de dag kom ik graag naar hier. Maar als die zelfde stemmen me bij hun ochtendgebed om 5 uur in de ochtend uit verzonken dromen halen, dan is de magie heel wat minder, dan vloek ik op hun gejank. En toch; als er dan een klein krabbetje, gevangen in het eerste daglicht, over de houten slaapkamervloer loopt aan het einde van hun litanie, dan is dat gevoel daar ook wel, zij het in nog sluimerende toestand.
We zijn vandaag naar Tricora beach gereden, op zoek naar wind. Hevige wind zodat we de plakwaaier eindelijk in de lucht zouden krijgen. Met een camera bengelend aan een het touw en mijn koloniaal de remote control bedienend die de camera laat draaien en keren en op afstand beelden schiet. Spannend. Maar er was geen wind, wel bussen vol joelende indo tieners die baadden met al hun kleren aan. Wel veel strandvliegen die geniepig zevenenveertig keren hebben gebeten waardoor de jeuk aan armen en benen nu nog nauwelijks te harden valt. We hebben naar de tropische regen gekeken en na de stortvloed stak de wind alsnog op en ging de vlieger de lucht in. Met camera. Een hele sensatie. We hebben het gevierd met gebakken garnalen en geroosterde inktvis in een restaurant op zee. Een irreële plek met straten op het water, drijvende huizen en een kitscherig tempeltje gericht naar het eindeloze water. De huurauto wou na het godenmaal niet meer starten en we hebben hem in gang gelopen, met dank aan de gesluierde vrouw voorzien van enorme manskracht.
De bootwerf is verlaten, de muezzins hebben hun bidgezangen gestaakt en nu hoor ik de ronkende generator, de muziek die uit Jarkko’s computer komt, Julie die zingt terwijl ze in de curry roert en het gerochel van Toba, wiens longen niet meer in optimale conditie verkeren. Ik zit in het huis op het water, de houten nederzetting chez-minou-et-lamiral. De sfeer is helemaal anders nu zij er niet zijn. Ruwer. Eenzamer. Ik kijk naar Jarkko en Toba, die van deze plaats hun woon- en werknest hebben gemaakt. Ver weg van de wereld, ver weg van het vertier. Nog 1 jaar, of misschien wel 2 zullen ze hier verder bouwen aan de Impian, zullen ze meer en meer sauvage worden en vooral aangewezen op elkaar. Jarkko zal aan het eind van de rit vloeiend Frans praten en Toba zal alle boottermen kunnen benoemen in het Engels. Nu staren ze zwijgzaam naar de nacht, naar de volle maan.
Gisteren puilde m’n virtuele brievenbus uit van de compromiterende Vendredi Treize foto’s. Met dank aan Wekku, onze verse Finse vriend die in Bali woont en vorige vrijdag bij toeval in Singapore was in het gezelschap van zijn camera. Fantastische aandenkens, doch en helaas niet allemaal voor publicatie vatbaar. Hieronder de vroomste beelden - zo zijn er niet veel - van de avond. En mijn welopgevoede manieren, pardonnez moi, laat ik varen in de veronderstelling dat de plaatselijke commissaris betere dingen te doen heeft dan onbenullige blogs af te schuimen op zoek naar feestende werknemers. Hij mag trouwens blij zijn met zo’n empathische kadetten. Ze hebben hier voor jolijt gezorgd, ze maakten de slogan “de Politie, mijn vriend!” tot realiteit.
Ja, het feest is alsnog doorgegaan. Met dank aan de Indische dokter met een gigantische bril op zijn neus van naast de deur die me een paardenmiddel had voorgeschreven waardoor ik vrijdag al terug op beide benen stond. En hoe. De effecten van Bricanyl 2.5 mg in combinatie met het antibioticum EEG 400 mg op mijn vrouwenlijf waren hallucinant. Letterlijk dan. Ik voelde het al na 1 inname. Ik dacht dat ik tot een acute parkinson patiente was verworden. Ik schudde en beefde over heel mijn lijf. Mijn hart bonsde, mijn aderen zinderden tegen mijn vel. Man, man. Ik kon niet stilzitten, werd helemaal onrustig. Speedy zoals men dat ook wel eens noemt.Geen slechte staat voor een feest.
Het begon allemaal vrij rustig en deftig, maar met dank aan de geimporteerde flessen ricard kwam iedereen nogal snel los. Werd iedereen nogal wild. Natuurlijk kwam dit ook door de schitterende muziekjes die J&B door de boxen lieten galmen. Liedjes uit vervlogen tijden in nooit eerder gehoorde versies. Natuurlijk lag het ook wel aan de gasten zelf. Er liep hier vanalles rond, doorgaans deftige mensen van verschillende continenten die zegden: alle remmen los. Vooral de Belgen waren in optima forma. En ik wastrots een Belg te zijn. Belgen kunnen feesten man! De Japanners stonden te gapen met open mond naar al dat gespring en gedans en gegooi. Zelfs de flikken konden niet kwaad zijn maar staarden geamuseerd naar de feestelijkheden op het dak. Nu moet het wel gezegd dat we al hebben geleerd hoe we die mannen in uniform moeten aanpakken als ze ons komen ambeteren voor nachtlawaai. De sympathieke gastvrouw uithangen en hen een glas aanbieden. “No no, can not,” zeggen ze dan eerst en vol overtuiging, maar blijven aandringen met een gespeedeerde kop resulteert steevast inmeevierende flikken. Weliswaar met een beetje schroom maar toen iedereen die mannen begonte omhelzen “voor op de foto” voelden ze zich de sterren van de avond. Dat hadden ze duidelijk zichtbaar nog nooit eerder meegemaakt. Hun grootste zorg toen ze het dak verlieten was dan ook dat die foto’s zouden circuleren op internet. En dat hun baas die zou zien. Maar wij zijn brave en welopgevoede mensen en willen de sympathieke heren geen last bezorgen. U krijgt hun kop hier dus niet te zien want dankzij hun zachte optreden kon het feest doorgaan tot 7 uur in de ochtend. De zon scheen en de vogeltjes floten en we waren moe en ook wel dronken maar vooral blij omdat het zo’n onvergetelijk feest was geweest.
Ik kijk al uit naar de volgende activiteit van LFB! U komt toch ook?