Moest Vanfleteren daarom van de muur?
Hij is hier dus geweest,
meneer de minister,
en dat was helaas voor het stephan vanfleteren incident
anders had ik hem zeker gevraagd
waarom?
***
Personnage is een werk van Narcisse Tordoir
meneer Boeddha

Dit is meneer Boeddha die in de tempel achter ons dak aanbeden wordt.
Om zes uur ’s ochtends slaat de gong voor hem.
En weet ik hoe laat het is.
De opzichters en verkoopsters van wierrookstokjes amuseren zich best tijdens het werk.
Spelletje kaart spelen,
potje noedels naar binnen slaan.
Nagels lakken.
Terwijl de ventilatorman voor een briesje zorgt.
Ik ga daar soms wierrook branden.
Omdat het lekker ruikt.
Voor Nur Nur.
Omdat ik dan even stil word,
En de onrust uit mijn lijf wegebt.
En ook wel omdat ik hoop dat het helpt.
Vereren als je niet gelooft.
Zijne Doorluchtige Hoogheid

Toeters en bellen. Tromgeroffel en trompetgeblaas: Prins Filip komt naar Singapore! Om de een of andere reden zorgt dit heugelijke feit voor heel wat jolijt. U moet weten dat de hier residerende Belgen een keer per jaar worden uitgenodigd in de ambtswoning van meneer Calcoen, u weet wel, de Belgische ambassadeur ter plaatste. Normaliter gebeurt dit op de dag van de dynastie, hier ook wel King’s Day genoemd. Dan trekken we allemaal naar zijn ruim bemeten villa met zwembad om ons aldaar vol te proppen met stoofvlees en frieten met mayonaise en exquise wijnen. Een prachtinitiatief, dat moet gezegd. Vorig jaar hebben we het daar goed bont gemaakt, al heeft uiteindelijk niemand het gewaagd om in het gladgestreken zwembad te springen. De voornemens voor dit jaar zijn anders en wel omdat wij daar in de gelegenheid zullen zijn om luchtige gesprekjes te voeren met Zijne Doorluchtige Hoogheid prins Filip from Belgium, die dit jaar het evenement zal opvrolijken met zijn immer flamboyante verschijning en onvergetelijke oneliners. We gaan het protocol doorbreken en den Filip onderwerpen aan een vraaggesprek. Daarvoor hebben we U nodig! Wat heeft u altijd al willen weten van onze Doorluchtige Hoogheid?
Stel hier uw vraag. Een tienkoppige jury zal de vijf origineelste, gedurfde en interessantste selecteren en ondergetekende zal er alles aan doen om de antwoorden alhier waarheidsgetrouw te berichten. Als u wil dat we hem in het zwembad gooien: dat kan natuurlijk ook, maar daar vragen we geld voor. En veel.
King’s Day wordt dit jaar niet gevierd op de Dag van de Dynastie en wel omdat Zijne Doorluchtige Hoogheid pas eind november naar ons eiland afzakt. Wij moeten dus twee weken langer dan voorzien wachten op onze jaarlijkse portie stoofvlees met frieten. En dat vinden we heel erg. Al maakt het vooruitzicht op promiscue foto’s veel goed.
Sneeuw in Singapore

Met dank aan Hans Op De Beeck kun je hier dezer dagen in zomerjurk en gelegen in een comfortabele fauteuil genieten van een wondermooi driedimensionaal sneeuwlandschap. Met kale bomen en al. De vrieskou druipt eraf. Het is een mistig, desolaat tableau. Geen echt tableau maar een installatie zoals dat in kunsttermen heet. Meneer Op De Beeck en zijn artificiële sneeuw zijn de Belgische vertegenwoordiging op de plaatselijke biënnale. En het is een vertegenwoordiging om fier op te zijn. Ik kan niet ontkennen dat er me een lichte vorm van positief chauvinisme overviel toen ik me daar, gedrapeerd in de wit lederen zakzetel en goed en wel transpirerend, trachtte in te beelden hoe het voelt. Lopen door verse sneeuw. Met een vochtige neus en verkleumde vingers. Het geluid, de sensatie als je een voet neerplant in die poreuze, witte massa. Maar dat inbeelden lukte niet. Het was te heet in de containerconstructie, het kunstwerk van een Jap met een moeilijke naam, waarin Op De Beeck zijn sneeuw toch niet smolt. En dat was juist mooi.

Ik heb iets met sneeuw. Simon the snowflake. Zo noemt hij in mijn hoofd. Hij is een nieuwsgierig vlokje en maakt een vrije val uit een wolk tijdens het verkeerde seizoen. Zijn moeder had gesmeekt om het niet te doen, “want nooit ie er iemand weergekeerd van die bol met al dat water”, maar Simon the snowflake’s drang naar avontuur was sterker dan de meer gangbare vorm van een vlokjesleven. Dus hij sprong zonder om te kijken, zonder een kreet te slaken. Hij riep alleen maar “Jippieeeee” toen hij daar plots in het ijle zweefde. Het duurde niet lang of er kwam een mug naast hem hangen daar ergens in de lucht boven een onbelangrijk Vlaams dorp met veel weiden en pisbloemen. De mug brak bijna een vleugel van ’t verschot toen hij dat wit geval langzaam zwenkend, van links naar rechts en toch vastberaden op hem af zag komen. Maar het zag er niet gevaarlijk uit, “eerder iets extraterraal dan een gevaarlijke Nazi”, dacht de mug en hij knikte vriendelijk goeie dag. “Hi, i’m Simon the snowflake”. “The Snowflake?”, vroeg de mug zichtbaar verbaasd, “die naam hoor je hier niet veel. Ik ben gewoon Mug Tipulida” ….
Simon the snowflake was op zijn reis meegevlogen op de rug van een Vlaamse Gaai, had hier en daar met zijn verschijning voor een paar luchtruimaccidenten gezorgd maar was uiteindelijk ongeschonden en wel tussen het kietelende gras geland. Ergens in de wei van een onbelangrijk Vlaams dorp zonder pisbloemen. Er stonden klaprozen. Meer klaprozen dan dat hij ooit sneeuwvlokken had gezien. Het moet zowat het meest spectaculaire zijn geweest dat hem in zijn hele leven was overkomen. Overweldigend. Vurig mooi. En hij smolt.
Beste Sven,
Excuses, mijn reactie op jouw reactie (drie posts naar beneden) is een beetje lang uitgevallen, vandaar deze brief.
Eerst en vooral: we doen hier veel meer dan luiweg in ons bed naar de regen staren. Leven van de liefde is mooi, al moeten de broden waar we ons mee voeden helaas ook worden betaald…
Geloof het of niet, vorige week moest ik aan jou, en nog veel andere leerkrachten in België denken. Dat kwam zo: we waren op een feestje ten huize Mister O., de ex-leraar English Literature van de Nageboorte. Mister O. is een , zacht uitgedrukt, fijn geflipte Tanzaniaan die hier al jaren Engels doceert. Eerst deed hij dat op een gerenommeerde international school, waar hij z’n jonge welpen iets trachtte bij te brengen over de literaire kunsten van Shakespaere en co., en tegenwoordig amuseert de man zich met het aanleren van basis kennis Engels aan Chinese receptionistes die door hun werkgever naar dit eiland worden overgevlogen omdat alleen maar Chinees misschien een beetje weinig is, nu China druk bezig is met de verovering van de wereld. Mister O. schept ontzettend veel genoegen in dat doceren van een simplistische versie van de Angelsaksische taal. “How do you do? My name is Chin. What is your name? Can I help you please?’ Dat soort dingen onderwijst de man dezer dagen als hij voor de klas staat. Zijn huis was overvloedig bezaaid met buitenlandse leerkrachten die van wiskunde tot voetbal doceerden. En wat opviel: geen een sprak er over schoolse perikelen, de werkdruk in het onderwijs, niemand klaagde over de jeugd van tegenwoordig, niemand zeikte over zijn pensioenspaarplan, allemaal stonden ze daar met een welgemeende smile on their face, genietend van de zwoele avondtemperaturen, ondanks hun leeftijd fris en jong, blij en lachend met de simplistische uitspraken van hun studentinnen, zij waren die avond immers de giechelende bloemen in de tuin.
Begrijp me niet verkeerd, ik weet heus wel dat er in België gemotiveerde leerkrachten zijn. Ik en er menig, en daar ben jij ook een van, maar helaas ken ik er ook een pak, misschien wel meer, van het andere soort. Grauwaards. Mensen die al nachtmerries krijgen halfweg augustus omdat ze zestien dagen later alweer voor een bende joelende pubers zullen staan die niet geïnteresseerd zijn in wat zij op het bord schrijven, leerkrachten die al huiveren bij de gedachte aan de eerste klassenraad, bij de gedachte aan dat kreng van een gepensioneerde non die ondanks haar op rust zijnde status de plak blijft zwaaien op school. En dan sta ik daar voor die gestuikte, donkere en ‘witty’ Mister O., die al lachend en super enthousiast zijn centen verdient, iemand die er van geniet dat hij Chineesjes “Can I help you”, leert zeggen en in zijn vrije tijd vooral het leven smaakt. En dan zeg ik; “you are really an a-typical teacher en dan vraag ik; “How comes? That all teachers look so happy here? En dan zegt hij: “The palm trees. The sun and the dive in the swimmingpool at sunset.”
Misschien wat simplistisch, maar ik geloof het echt wel: het leven in de Tropen is verslavend. Niet alleen voor de redenen die hij aangeeft, maar vooral, dat is toch mijn gevoel omdat je hier als buitenlander precies op een andere planeet vertoeft, een planeet waar je zonder twijfel gefrustreerd zou kunnen raken - iedereen weet dat Singapore een artificiële stadstaat is met weinig voedsel om de culturele honger te stillen, met wansmakelijk geklede mensen (ik moet er van kotsen, zei een vriendin me onlangs), mensen die hun mening niet durven uiten en met geprefereerde hobby collectief shoppen – maar anderzijds houdt die vreemde wereld je wel wakker, doet hij je nadenken over wat je wel en niet graag wil, en zoals overal vind je ook hier gelijkgezinden, mensen met dezelfde dromen en smaken, deze stad houdt je wakker of je overleeft hier niet. Leerkrachten op internationale scholen MOETEN gemotiveerd zijn want hier kun je alleen maar dromen van een vaste benoeming die je dan luiweg en met een zure en gefrustreerde smoel kunt uitzitten tot aan je pensioen. Alleen de gepassioneerden mogen blijven, alleen de overtuigd gemotiveerden kunnen hier aan de slag.
Jij dus. Geen zin, Sven, om een collega te worden van Mister O?
Zwoele tropengroeten,
Singajo.
Roof with a view
Zou hij haar vragen of ze meer doet dan alleen meedrinken? Vraagt hij of hij onder haar jurk mag voelen als hij daar goed voor betaalt? Of is hij misschien haar vader die twee nonkels heeft meegebracht om dochter lief al dan niet met geweld uit dit oord van verderf te halen?
De nieuwe karaokebar links beneden ons dak zorgt voor geurende, filmische taferelen. Als de tent ’s avonds de deuren opent, komen de sierlijk geklede working girls naar buiten om wierrook te branden in het miniatuurtempeltje dat ze hebben opgesteld in het openlucht voorportaal. Ze lijken wel sprookjesprinsessen in hun doorgaans lange avondjurken. De geur van de opbrandende stokjes waait naar boven, naar ons dak. “Zouden ze smeken bij de goden om een klantrijke avond?”, vraag ik me af. Of eerder om de stem van een nachtegaal? Want als mannen betoverd raken door hun gezang, brengt dat veel geld in de kassa. En krijgen zij een lint of bloemenkrans rond hun buste gedrapeerd.
Du jamais vu zijn ook de subtiele verleidingskunsten die de ‘uitzuipsters’, etaleren om manvolk financieel lichter te maken. Ze doen het geraffineerd, haast onzichtbaar, alsof hun smalltalk geen bijbedoelingen heeft.
Gluren naar de buren. Van op ons dak voelt het als kijken naar mysterieuze film.
Dan drinkt een mens eens water

We zitten op het afbrokkelende terras van “Memories”, een bar in een louche uitloper van Chinatown. Purperen, burchtachtige muren. Het lijkt de entree van een spookkasteel. In de valslederen, afpellende zetels hangen ‘working girls’ zonder werk. Met blote buiken, korte shortjes en plastieken laarzen aan. Op verlaten tafels staan lege flessen Tiger beer en overvolle asbakken. “Memoires’ is nogal muft en ranzig. En zeker het type bar waar doorsnee Chinezen gek op zijn. Een karaoke installatie, een pooltable en de nodige tv-schermen tegen het plafond. Meer moet dat niet zijn. Ze vergapen zich met graagte aan catch-wedstrijden met van die overgespierde venten voorzien van een domme Amerikaanse kop. En meekwelen met tjingeltjang lovesongs is iets waar ze zich uitermate goed bij voelen. Het lijkt hier bijwijlen een basisbehoefte.
We zijn met vier en bestellen een karaf bier en een glas spuitwater. Een vers geimporteerd meisje uit China plant alles op onze tafel neer en vraagt 37 dollar. Vriend Alberto trekt een bedenkelijk hoofd maar betaalt.
Ik vraag: “How much do you charge for the glass of water?”
“Twelfe dollar”, zegt ze met afgestreken gezicht.
Ik zeg: “you must be kidding.”
En zij zegt: “Nooooo! Sodawater we charge same price as cocktail.”
“Very logic. You must be kidding”, herhaal ik.
“No, no”, antwoordt ze bloedserieus maar twijfelend. Ze loopt naar haar baas, een jonge Chinees, die een fles wiskey aan het leeg maken is met zijn maten in het zetelstel achter het onze. Er volgt een discussie in een taal die ik niet begrijp.
“Okay”, zegt hij. “For you we’ll only charge 10 dollar.”
We lachen.
Ik zeg hem dat hij inkopen moet doen in de Thaise supermarkt in onze straat want dat ge daar 24 soda’s krijgt voor 10 dollar en dat ik wel begrijp dat een mens winst moet maken maar dat meer dan 240% nemen op een glas water me toch wel absurd overkomt, en dat het onbegrijpelijk is dat een watertje evenveel kost als een vodka tonic. Al zeker omdat zijn bar nu ook weer niet de allures heeft van een Hyatt hotel of zoiets.
Daar had hij nog niet over nagedacht. Hij loopt naar binnen met achter zich het vers geimporteerde meisje. Het meisje komt na twee minuten terug buiten met het wisselgeld en een extra glas water. “We don’t charge you this glass”, zegt ze fier.”Free for you and only 8 dollar for the first glass. Okay?”
Voor rede vatbaar, die Chinezen, maar ge moet er wel mee opletten. Altijd.
Xiaohei
Om de hoek, in Race Course Road, is er een een heel kneuterig kruidenierswinkeltje. Nogal groezelig. Je moet er soms over Indische constructionworkers stappen die liggen te pitten in het portaal.
De kassier is een geblokte geelhuid die teveel aan bodybuilding doet, zijn nek is even breed als zijn hoofd en zijn armen: bovenmaats gespierd. Hij pronkt er graag mee, draagt altijd singlets.
Op de vervallen comptoir met versleten kassa staat zijn degelijke pc. Hij zit er doorgaans met een hand loomgeweg op te tokkelen terwijl zijn andere hand de een of andere kat aait die meekijkt naar het scherm. Vandaag een zwart geval zonder staart. Ik legde de zak suiker en doos melk op de plank en aaide de poes die meteen begon te miaauwen. De geblokte kerel keek naar mij en sprak. Dat doet hij anders nooit.
“She ate my little bild”, zei hij verbauwereerd.
Ik glimlachtte. Doe ik wel vaker als ik geen jota versta van wat men mij zegt. Maar hij bleef het herhalen. “She ate my little bild”.
En hij keek opeens heel triest, die anders zo stoere jongen.
Hij wees naar de lege vogelkooi.
“Oooh, I see”, stammelde ik.
“She had his head in her mouth this molning.”
Zijn ogen spraken oorlog toen hij Xiaohei aankeek. Xia-o-hei. “It means: small black”, zei hij.
“But you still like Small Black?”, probeerde ik onze eerste conversatie te rekken.
“She’s my favoulite. I have eight cats. But she is the sweetest.”
We keken beiden naar het beest. Ik met een goedkeurende blik, bewonderend ook wel omdat het een typisch valse kat was, die daar goedzakkerig braaf op de contoir lag te ronken terwijl ze iets heel gemeens had gedaan. Maar wel iets typisch kats. Katten horen toch te jagen? En als ze vangen: chapeau! Hoed af. De jongen leek zich ondertussen voor te stellen hoe zijn vogeltje lag te weken in Small Black’s maag. Heel even maar, want plots begon Xiaohei hevig te schudden met haar lijfje. Kokhalzen. En toen lag het natte halfverteerde kopje van ‘little bild” tussen de handgeschreven facturen en andere briefwisseling. “Your little bird!”, riep ik bijna enthousiast. Xiaohei sprong naar beneden, wilde waarschijnlijk even doorspoelen met een slokje water.
“My little bild’, fluisterde de jongen. Hij verpakte zijn hand in een rode plastic zak en veegde zo de bloederige massa samen. Vijf tellen later lag little bild in de vuilbak. “Xia-o-hei” riep de jongen met ongeruste stem terwijl hij zoekend in het rond keek. Al snel stond de ranke zwarte rond zijn been te flemen.
De jongen nam de kat op. “Are you allright sweety?” En de kat ronkte.
“She’s my favoulite,” zei hij.
Visbokalen

Het is tien uur in de ochtend en smeltend warm. Mijn ogen zijn half toegeknepen door het felle, hete licht. Ik luister naar de geluiden van de stad. Het vertrouwde fluitspel dat uit de tempel komt, de voorbij rijdende auto’s, het geluid van drilboren, slijpschijven en hamers, het gebroem van een nederdalend vliegtuig. Het geritsel van de palmboombladeren met dank aan het briesje wind. Het geurt alweer naar gebakken noedels en geroosterd zwijnenvlees, naar ranzige curry’s en verse soep. Het ruikt hier altijd naar eten, het drilt hier altijd van de boren, het is hier meestal smeltend warm.
Ze staan hoog op de constructies, de donkere mannen die bouwen aan luxueuze onderdaken. Visbokalen van 5 miljoen euro per unit. Pronkerige appartementen overgedesigned door Hong Kongers met een voorliefde voor slechte smaak. Die stulpjes zijn de natte droom van vele Singaporezen en ook van expats met overlopende bankrekeningen. Singapore staat bijna vol met van die concept condominiums. Als je er woont hoef je je ogen nooit meer toe te knijpen voor het felle, hete licht. Als je daar woont moet je niet meer buiten komen. Je kunt er shoppen en op restaurant gaan, fitnessen en uw nagels laten doen. Ik zeg maar wat. En zwemmen natuurlijk, al die condominiums zijn voorzien van zwembaden met palmbomen in het water, of mistfonteinen en jacuzzi’s. Het lijken luxueuze Club Med verblijven. En het gekke is: je ziet maar zelden een Chinees in zo’n zwembad. Allemaal show off. Tonen hoeveel je waard bent, want iedereen weet dat ze stukken van mensen kosten, die sfeerloze voorgekauwde appartementen waar de aircon immer loeit. Steek mij in zo’n kot en ik ben zot na een week. Waarschijnlijk zou ik somtijds ook niet binnengeraken omdat ik de zeven-cijfer-code die toegang biedt tot de lift naar de 52ste verdieping vergeten ben. Of omdat ik mijn duim verkeerd gepositioneerd onder de identiteitsdetector zou leggen waardoor de computerstem zou mededelen: “you are not allowed to enter this building”.
Toegegeven, het zicht op de stad vanuit een penthouse-visbokaal van 5 miljoen euro is werkelijk impressionant maar je botst vooral toch op het interieur van de overburen als je willekeurig naar buitenkijkt. Ook dat speelt mee; “kijk dienen van rechttegenover ons raam heeft een plasma teevee van 2 meter op 3. Gaan wij er ons enen kopen van 3 op 4?”
En terwijl zij liggen slapen in hun ergonomische bedden met zijden lakens, liggen de donkere mannen die hun huizen bouwen met 30 op elkaar in schurftige beddorms aan de overkant van mijn straat.
Ik hou van mijn straat. Niets is hier show off. Alles is hier anti-artificieel. Maar voor hoe lang nog? Het geluid van de drilboren komt steeds dichter bij. Ooit wordt Singapore 1 groot condominium.
Ladies in The Towers (4)
Bel nooit een ladyboy hooker voor drie uur in de namiddag. Want dan slapen ze nog, zijn ze nog half dronken of gedrogeerd. Ze weten niet waarover je het hebt als je hen iets vraagt. Ze weten niet wie je bent. Ze weten niet waar ze zijn. De ontgoocheling was groot toen ik Gina aan de lijn kreeg. Ik dacht dat ik verkeerd verbonden was. Ze leek zich niets van ons afspraakje te herinneren. “Who are you?”, had ze gemompeld en toen haakte ze in. Om half vier belt zij mij, helemaal terug in haar rol en in de wereld, alsof mijn telefoontje er nooit was geweest. Zo raar. “Hi, how are you? Shall we meet today?”
Een uur later zit ze me op te wachten aan de fontein van de gloednieuwe serviceflat waar haar Australische vriendje woont en zij onderdak krijgt als ze in Singapore verblijft. Ze zit in een elegante fotoshoot-pose, maar ze ziet er helemaal anders uit dan tijdens de nacht. Geen make-up, een strakke jeans, een spannend t-shirt en slippers. Nu zie ik ook donkere, zachte haarbegroeiing boven haar mond, nu zie ik ook dat haar borsten bovenmatig groot zijn. Nu zie ik vooral: dit is eigenlijk een vent.
Als we in de lift staan, vertelt ze dat haar vriend thuis is. Dat mijn nieuwsgierigheid hem erg nieuwsgierig heeft gemaakt. En er is nog meer volk in het chique appartement: twee Chinezen repareren de aircon. Ze staan hoog op een ladder waar ik onderdoor moet voor ik met klamme handen in de lederen fauteuil plaatsneem.
Steven schenkt me een glas wijn in. Hij heeft het uiterlijk van een knappe, stijlvolle veertiger en hij lijkt stapel op Gina met haar plastic borsten en aarzelende snor. Het is vreemd om zien. Je zou hem eerder koppelen aan een Sharon Stone-achig type. Aan een echte vrouw in ieder geval. “Look at her, isn’t she lovely”, en hij streelt door haar haren, wrijft over haar kont.
De zakenman heeft een openlijke voorkeur voor ladyboys. “Zelfs mijn moeder weet het”, zegt hij overtuigd. Eigenlijk heeft hij vooral een voorkeur voor neptieten, daar is hij al lang mee vertrouwd want ooit was Steven getrouwd met een vrouw en ook zij had er een paar. Hij vindt het fantastisch dat neptieten rechtop blijven staan als er een vrouw (of wat dan ook) op hem gaat zitten. “Echte borsten hangen dan beetje”, zegt hij neerbuigend. “En echt waar, de kwaliteit van de siliconen is er danig op vooruitgegaan. Tegenwoordig voelen ze zachter aan. Een beetje zoals echte borsten.” Al die informatie krijg ik in mijn gezicht gegooid, alsof hij me wil zeggen: ‘waar wacht je eigenlijk nog op’. Gina steekt promt haar boezem van 6000 dollar vooruit. Ze heeft hem in Bangkok aangeschaft. Steven duwt er zijn neus even in. De Chinezen verliezen hun aandacht voor de aircon en gluren naar het tafereel.
“Dus u heeft het meer voor ladyboys dan voor vrouwen?” “Zeker,” zegt Steven terwijl hij een Marlboro opsteekt. En vooral als ze half zijn, zoals Gina.”
“Half?”
“Met penis”, lacht Gina. “Ik ben er nog niet uit of ik me ooit helemaal ga ombouwen. Er zijn veel mannen die houden van half. En ik vind mezelf prima zo.”
“Eigenlijk is Gina een avontuurtje”, bekent Steven, “en heb ik al drie jaar een relatie met Rosie, een Filippijnse ladyboy.”
“Ah zo”, zeg ik achteloos terwijl ik in mezelf uitschreeuw: behou je cool – begin vooral niet te lachen nu.
“En? Is Rosie half?”
“No, she has a pussy. She’s my lady. Al m’n collega’s kennen haar, ik neem haar mee naar bedrijfsfeestjes en soms op zakenreis.”
Hij aarzelt. “Het doe me pijn dat ik Gina moet verstoppen. Ladyboys haten dat, want dan denken ze dat je schaamte voelt om met hen buiten te komen. Gina is een trotse vrouw, ik zou graag met haar pronken, maar ik heb een hechte relatie met Rosie. Het ligt helemaal niet in mijn aard om m’n partner te bedriegen. Ik wil eerst weten of dit hier echte liefde is. Mijn gevoelens voor Geegee nemen met de dag toe. Ze is zo lief. Ze poetst iedere dag m’n appartement. Rosie is nogal heftig en erg passioneel, ze is ook een stuk jonger en heeft dromen die ik soms niet volgen kan. Weet je, ik word ouder en wil gewoon een liefdevolle, stabiele en rustige relatie. Gina is heel matuur maar ze wil haar job niet voor me opgeven. Nu toch nog niet. En het doet me iedere avond opnieuw pijn als ik haar de deur zie uitgaan, sexy en speels. Voor ze bij mij in bed komt liggen, hebben er doorgaans al een stuk of drie andere mannen aan mijn liefje geprutst”, zucht hij. Gina trekt haar schouders op en glimlacht.
(wordt vervolgd)

1 reactie